donderdag 20 oktober 2011

Radicaal?

Na een gesprek met Jan en Wim zondagavond, werd het voor mij duidelijk dat ik me tot nu toe veel te veel gefocust had op een ontwerp dat praktisch haalbaar is. Hierdoor verviel ik in de oude denkpatronen, die tot op de dag van vandaag niet tot een oplossing voor de stad Genk geleid hebben. Daarom gooi ik het vandaag over een heel andere boeg. Hoe moeilijk het ook voor me is, ik schuif voor even de ‘rationele ik’ aan de kant en ga op zoek naar meer radicale maatregelen om zo een antwoord te kunnen bieden op de problemen in Genk. 

Een eerste maatregel – die me weliswaar het minst realistisch lijkt – focust zich op de vele rijke villawijken die in Genk gevestigd zijn. Om het sociaal contact te bevorderen tussen de inwoners van deze wijken, heb ik het idee om alle omheiningen, muren of hagen tussen de verschillende huizen te verwijderen. Daarnaast zou ik mensen verplichten om hun huizen in een cirkel te bouwen, rond een gemeenschappelijke tuin (eventueel met speelplein voor de kinderen). Mogelijks kan dit leiden tot grotere ontmoetingskansen tussen buren en kan dit de drempel tot sociaal contact in de buurt verlagen.

Een tweede voorstel heeft betrekking tot de verschillende jeugdhuizen en zorgcentra in de stad Genk. Aangezien deze instellingen momenteel de stad overrompelen, zou ik de geldkraan toedraaien voor een aantal onder hen. Het geld dat hierdoor uitgespaard wordt, kan dan geïnvesteerd worden in de inwoners van Genk. Dankzij dit geld zouden zij immers verplicht kunnen worden om slechts halve dagen te gaan werken, waardoor ze de andere halve dagen tijd hebben om die dingen te doen waar ze zelf zin in hebben. Zal dit experiment ertoe leiden dat mensen meer op straat komen en in contact treden met elkaar?  

Een derde maatregel is de idee van ‘cohousing’, “een moderne woonvorm, waarbij jong en oud samen leven en als buren elkaar kennen. Naast een eigen privé woning en tuin zijn er uitgebreide gemeenschappelijke voorzieningen, zoals een grote tuin, een wijkplein, een speelveld voor kinderen en een paviljoen met o.a. een goed uitgeruste keuken en een wasruimte. Er blijft een groot respect voor de individuele privacy en tegelijk wordt er ruimte gemaakt voor spontane ontmoetingen.” Deze woonvorm is aan een steile opmars bezig in Leuven, Antwerpen, Gent en Louvain-la-neuve. Kan deze maatregel ook in Genk het gemeenschapsgevoel terug doen opflakkeren? [http://www.cohousingplatform.be/]

Veel vragen, weinig antwoorden [zondag 16 oktober]

Na een week Genk is het voor mij duidelijk geworden dat er iets schort aan de aantrekkelijkheid van de stad Genk. Ondanks de vele projecten voor educatieve steun, werkgelegenheids- & opleidingsprojecten en een groot aantal animatie-initiatieven voor de wijken (jeugdhuis, buurthuis, enz.) blijken de inwoners weg te trekken uit de stad en komt er amper nog volk op straat. Blijkbaar kunnen de vele initiatieven de Genkenaren niet bekoren en is er bijgevolg nood aan iets anders om de inwoners uit hun huizen te krijgen. Iets vernieuwend. Maar wat?

Naar mijn mening ligt de kern van het probleem bij een gebrek aan contact tussen de Genkenaren. De mens is van nature een sociaal wezen, maar toch hebben de inwoners van Genk het blijkbaar moeilijk om het gesprek met elkaar aan te gaan. Kunnen we dit toeschrijven aan de gebrekkige ruimtelijke structurering van de stad waardoor mensen elkaar amper tegen het lijf lopen? Of moeten we de oorzaak hiervan eerder zoeken bij de digitalisering, waardoor enkel nog het virtuele contact bloeit en er een kloof tussen de verschillende generaties van Genk ontstaat?

Wat het antwoord op bovenstaande vragen ook mag zijn, er moet dringend iets veranderen. De Genkenaren moeten kansen krijgen om elkaar te ontmoeten en het gesprek met de andere aan te gaan. Enkel op die manier kunnen ze immers buiten zichzelf treden en de anonimiteit doorbreken. Ontmoetingskansen kunnen echter pas werken wanneer deze gedragen worden door de burgers zelf. Daarom vind ik het heel belangrijk dat het ontwerp dat ik zal maken een bottom-upbenadering kent en uitgaat van het initiatief van de burgers. Maar hoe kunnen we de Genkse burgers hiertoe motiveren?

Kunnen we mogelijks gebruik maken van de virtuele wereld om reëel contact te verhogen? Of zal op die manier de kloof alleen nog maar groter worden? Moeten we misschien een mentaliteitswijziging teweegbrengen bij de Genkenaren? En hoe dan? Heel veel vragen, maar weinig antwoorden. Ik ben er nog niet aan uit wat de oplossing is voor de problemen die zich in Genk stellen. Ik hoop dan ook dat de komende ervaringen binnen het LABO me op weg zullen zetten om m’n ontwerp te vervolledigen.

zaterdag 15 oktober 2011

Dan toch problemen? [vrijdag 14 oktober]

Gewekt worden door een prof die met een lepel op een pan slaat. Het is eens iets anders! Toch kon het sommigen niet overhalen om meteen uit hun bed te springen. Langzaam maar zeker arriveerden de meesten aan de ontbijttafel. Vandaag zou het onze laatste dag doorheen Genk worden. Ik had nog heel wat werk voor de boeg, dus sprong ik vlug m’n fiets op richting E 314 waar ik de zonsopgang boven de voorbijrazende vrachtwagens kon aanschouwen. Machtig!



Ik was nog maar pas vertrokken of ik kwam al het ene reclamebord na het andere tegen op de Weg naar As en op de Maaseikerbaan (het verlengde ervan). De meeste onder hen spotte ik in de buurt van het kruispunt met de Andre Dumontlaan, wat wel logisch is, aangezien hier het meeste verkeer passeert. En ook allerhande eigenaars passeerden de revue: Think Media, More O’Ferrall, AG. Duchêne NV, Belgian Posters, Dewez, VD, Clear Channel en JCDecaux. Bijna te veel om op te noemen. Het is duidelijk dat deze straat gegeerd wordt door de reclamehandelaars. Op de Maaseikerbaan kwam ik ook nog twee bushokjes tegen, eigendom van JCDecaux.


In de buurt van het kruispunt met de Andre Dumontlaan trof ik het Rode Kruis aan, een Jeugdhuis en twee transparante bushokjes, met reclame van JCDecaux. Ik zette mijn weg verder richting Wiemesmeerstraat waar ik de Stedelijke Werkplaatsen en het Recyclagepark van Genk passeerde. En hoewel ik in de straten die daarop volgden niets bijzonder opmerkte – buiten het feit dat de huizen hier iets minder luxueus waren dan gisteren – schrok ik me een ongeluk toen ik plots (aan het einde van de Oudasserstraat) in een woonwagenpark terecht kwam. Dit was wel het laatste dat ik hier verwacht had…


Eenmaal de Geenhornstraat uitgereden, raakte ik aan de praat met een Franstalige vrouw die naast een huis woonde waarin tot drie maanden terug nog de vzw H.E.M. gevestigd was. Deze vzw organiseerde educatieve en culturele activiteiten (folklore, dans, muziek, theater, schilderkunst…), maar moest noodgedwongen zijn deuren sluiten, aangezien er onvoldoende volk op af kwam. Weer stel ik me dezelfde vraag: waarom komen Genkenaren niet buiten, ondanks het feit dat er zo’n rijk cultureel aanbod tot hun beschikking staat?

Even later deed ik opnieuw een verrassende ontdekking in de Schansbroekstraat waar ik aan de praat geraakte met de verantwoordelijke van KWB Oud-Waterschei. Hij vertelde me hoe jongeren in de zomer bijeentroepen aan de Schans, een groot grasplein waar tweewekelijks voetbalmatchen gespeeld worden, om er gezamenlijk drugs te gebruiken. ’s Ochtends worden er nog vaak spuiten of zakjes aangetroffen en ook de criminaliteit blijkt er soms de spuigaten uit te lopen: ramen worden ingeslaan, het clublokaal werd al in brand gestoken, laptops worden gestolen, enzovoort. Ook op dit domein was heel wat graffiti te vinden.


’s Middags sprak ik af met Heleen om samen een broodje te gaan eten. Aangezien zij reeds haar werk in Genk Zuid had afgerond, zou ze me helpen om in de namiddag het laatste deel van Genk Centrum Noord door te wandelen. Onderweg kwam ik een groot aantal religieuze gebouwen tegen: O.L.V. Tenhemelopneming in de Lieve Vrouwestraat, De Christelijke gemeente van Jehovah’s getuigen Waterschei in de Heidriestraat en de Pinkstergemeente ELIM in de Flinkbergstraat. In deze buurt zag ik ook af en toe graffiti, maar veel kon ik er niet uit afleiden, aangezien men meestal een poging had ondernomen om het af te wassen.

In de Oude Driesstraat ontdekte ik nog ’t Schoolke, de Parochiale Basischool Oud-Waterschei, ‘waar elk kind telt’. Vervolgens zocht ik Heleen terug op om samen de laatste kilometers af te leggen, aangezien we beiden volledig uitgeput waren en niet veel kracht meer hadden om de laatste loodjes op ons eentje te dragen.  Het euforiegevoel was dan ook groot toen bleek dat we alle straatjes van Genk Centrum Noord op ons lijstje konden schrappen en konden terugkeren naar ons ‘buitenverblijf’.


Na een heerlijke portie lasagne en een warme douche in ons scoutslokaal kwamen we terug op krachten. We besloten de vele parameters, waar we deze week naar op zoek waren geweest, aan te duiden op verschillende kaarten van Genk om zo tot een volledig beeld van de stad te komen. Later op de avond besloten we met z’n allen nog iets te gaan drinken in het Jeugdhuis vlakbij. Helaas bleek het gesloten te zijn (op vrijdag! Hoe kan dat nu?) waardoor we gedwongen werden de rode wijn van Jan op te drinken in ons scoutslokaal. Met veel gegier en gelach gingen we een paar uur later slapen…


Mijn weg van vandaag:


Utopie? [donderdag 13 oktober]

Na de lange nachtelijke gesprekken gisteravond, was de wekdienst van deze ochtend – Wim kwam om 7u30 het licht aansteken in onze kamer – een ware marteling voor de meesten onder ons. Het scoutslokaal moest ontruimd zijn tegen 8u30, dus moesten we vandaag ’n uur vroeger op pad. De koffie die we gisteren in de aldi gekocht hadden werd door de meesten dan ook erg gesmaakt op dit onmenselijk vroege uur.

Ondanks de ijzige wind maakte ik dadelijk een goeie start in de Collegelaan waar ik maar liefst drie scholen tegenkwam: Sint-Jan Berchmanscollege, Onze Lieve VrouwLyceum en St.Lodewijk. En waar je scholen ziet, kunnen boshokjes natuurlijk niet ontbreken. Maar liefst acht transparante bushokjes met daarop reclame van JCDecaux kruisten mijn pad. Deze werden dan nog eens aangevuld met een tweetal reclamepanelen, ook van JCDecaux.

Ook in de aanliggende Reinpadstraat trof ik een aantal scholen aan – de Vrije Basisschool Bret-Gelieren (onderdeel van de katholieke scholengemeenschap) en het Sint-Jan Berchmanscollege – met bijhorende sportterreinen: looppistes, voetbalvelden, enz. Vol verwondering keek ik naar de moderne infrastructuur van deze scholen. Zoiets had ik nooit eerder in Vlaanderen gezien. Waar haalt Genk in godsnaam de middelen om de bouw van een dergelijk schoolcomplex te realiseren?

Net zoals de vorige dagen kon graffiti natuurlijk niet ontbreken op mijn pad. In de Emile Van Dorenlaan passeerde ik langs tal van elektriciteitscabines, bespoten met onleesbare tekens en woorden. En ook in deze straat kon een school natuurlijk niet ontbreken. De Sint-Martinusschool ‘waar je kind in goede handen is’ kruiste m’n pad, gevolgd door een VCLB. Even verder zag ik aan mijn linker kant het reusachtige sportcentrum van Genk liggen. Veel te veel luxe en weelde naar mijn gedacht. 

 
In de Hamalstraat trof ik de Johanneskerk aan, de Evangelische kerk van Genk, en in de Zevenbonderstraat passeerde ik De Stip, een Centrum voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning. Iets verder op mijn pad, in de Mispadstraat en de Zuster Eduardalaan, kwam ik opnieuw graffiti tegen op een elektriciteitscabine. Het lukte me deze keer niet om iets op papier te zetten, dus legde ik het beeld vast op mijn fototoestel.



De laatste school voor vandaag trof ik aan in de Weg naar As: Basisschool De Reinpad-Gelieren, gevolgd door een bushokje een paar honderd meter verder in de straat. Volgens de slogans aan de muren zit in deze Basisschool elke VIP (veelzijdige & interessante Persoonlijkheid) op zijn plaats. Na het opmerken van een laatste bushokje, op het einde van de straat (vlak voor de E314), hield ik het voor bekeken en trapte ik mijn laatste energie richting Noordlaan waar ik mijn sociale contacten met het thuisfront nog even trachtte te onderhouden.

Van hieruit gingen we met z’n allen richting centrum om na een lange en vermoeiende dag iets te gaan eten in de plaatselijke pizzeria. Het eten werd gesmaakt, net zoals het sociaal contact na een eenzame dag in Genk. Een uurtje en een half later zaten we terug op onze fiets richting scoutslokaal, want er moest nog gewerkt worden. Met z’n allen gingen we rond de tafel zitten om eventjes in groep te reflecteren op de afgelopen dag en over de link van de afgelopen dagen met ons eventueel ontwerp van een volkshogeschool, want dat was de vraag die iedereen al dagen bezighield.



Eenmaal aangekomen in ons lokaal kreeg iedereen de kans om zijn/haar impressies van de afgelopen dagen te delen met de rest van de groep. Zo kwamen we tot de constatatie dat iedereen ongeveer hetzelfde ervaren had. Genk bruist van de rijke villawijken, reusachtige sportcomplexen en andere culturele hoogstandjes. Bovendien wordt de stad overspoeld door tal van scholen en andere hulpverlenersinitiatieven. Je zou haast denken dat Genk de hemel op aarde is.

En toch lijkt er iets niet te kloppen. Op straat is er geen kat te bespeuren, de bussen zijn leeg en allerlei activiteiten lijken geen volk te trekken. Wat is hier toch aan de hand? Waarom komen de mensen niet op straat? Waarom zitten er geen kinderen op de speelpleintjes? Waarom wordt het uitgestrekte fietsennetwerk amper benut? En waar zijn die vele hangjongeren waar iedereen het over heeft wanneer er over Genk wordt gesproken?

Om een gedeeltelijk antwoord op onze vragen te vinden, recapituleerden Wim en Jan wat we via Erwin De Bruyn, directeur van Stebo, over Genk te weten gekomen waren. Als gevolg van de migratieproblematiek jaren terug, is stad Genk een welbepaalde politiek gaan ontwikkelen. Enerzijds ging de gemeente heel wat middelen gaan investeren in infrastructuur, veiligheid, industrie, enz. Anderzijds werden heel wat sociale projecten uit de grond gestampt. De resultante van deze politiek vandaag de dag is een halfstedelijke omgeving waar niets gebeurt. Genk is in een soort postprojectsituatie beland waar er geen reëel contact meer is tussen de bevolking.

Bovendien wordt Genk gekenmerkt door een probleem in zijn ruimtelijke ordening. De 65.000 inwoners op een oppervlakte van slechts 87,85 km² [dus 737 inwoners per km²] hebben er doorheen de jaren toe geleid dat er niet constructief nagedacht werd over hoe de ruimte efficiënt benut kon worden. Een voorbeeldje hiervan zijn de scholen in Genk die maximum twee verdiepingen tellen (meestal zelf maar 1 verdiep), met als gevolg dat er in Genk Centrum Noord alleen al meer dan dertien scholen zijn.

Veel geld en veel ruimte hebben duidelijk niet tot goede ideeën geleid. Er zijn dus andere maatregelen nodig om het probleem in Genk (namelijk het feit dat er geen probleem is) aan te pakken. Hier is het dan ook dat het ontwerp van een Volkshogeschool eventueel naar voren kan geschoven worden. Via ‘The Wire’ hebben we echter geleerd dat we niet dadelijk naar oplossingen moeten zoeken, maar dat we eerst dieper moeten graven. We moeten de tijd nemen om een soort intimiteit met de situatie te creëren. Of om het met de woorden van Jan te zeggen: “Gedachten maak je niet, je krijgt ze door dingen te doen (die misschien op het eerste zicht niet relevant zijn).”

Morgen gaan we dus opnieuw het stad in, maar nu weten we tenminste waar we naartoe moeten en kunnen we bijgevolg stap voor stap naar ons ontwerp toewerken. Opluchting.

Mijn weg van vandaag

woensdag 12 oktober 2011

Door weer en wind [woensdag 12 oktober]

Na het rillen en beven vorige nacht, werd ik deze ochtend opgeschrikt door een tiental gsm-geluiden die tegelijkertijd begonnen te klinken. Ik was direct klaarwakker. Douchen zat er voor deze ochtend nog niet in. De boiler moet maar liefst een uur opwarmen en daar hadden we de tijd niet voor. Het was immers de bedoeling dat we vandaag terug Genk-city introkken om er ons research verder te zetten. Na een kattenwasje en een kort, maar stevig ontbijt, kropen we opnieuw onze fiets op. 

Gisteren had ik alle straten tot aan de Nieuwe Kuilenweg afgestapt, dus vandaag ging ik hier terug van start. Met resultaat. Eerst kwam ik een transparant bushokje tegen met daarop reclameborden, die het eigendom vormen van JCDecaux, waarna ik vervolgens passeerde langs de Nieuw Apostolische kerk van Genk. Ik kreeg opnieuw een beetje hoop dat ik vandaag wel tot de inzichten zou komen waar ik gisteren niet toe kwam.

Even later zette ik mijn pad verder langs de Evence Copeélaan. Hier trof ik aan de linker kant ‘De Padvinder’ aan, een 'school met de Bijbel' voor Buitengewoon Onderwijs. Ik ging verder richting Erfstraat – waar ik het bejaardentehuis ‘De Olijfboom’ en ‘Ons Kindertehuis’ kruiste – om achtereenvolgens in de Negen Huizenstraat te belanden. Op de hoek van de Negen Huizenstraat kwam ik ook een klein kapelletje tegen, ingekapseld in de muur van een café.

Het viel me op dat ik in een wijk terechtgekomen was waar er – ondanks de vele nieuwbouw – ontzettend veel huizen te koop of te huur staan. Vreemd. Genk lijkt een heel aangename stad om in te wonen. In de buurten waar ik kom is het heel rustig en liggen de straten er heel proper bij. Wat maakt deze wijken dan zo onaantrekkelijk dat iedereen er wegtrekt?

’s Middags kon ik de eenzaamheid even niet meer aan en besloot ik samen met Hanne lunchpauze te houden in een gezellig soephuisje. En aangezien het Eline haar verjaardag was, gingen we ook nog even op verkenning in de plaatselijke WIBRA, zodat er later die dag pakjes uitgedeeld konden worden. Even verder kwamen we ook de rest van de groep tegen. Blijkbaar was er bij iedereen de nood om even te ventileren over de voormiddag. Waar waren we in godsnaam mee bezig? Hoe kon het noteren van bushokjes, reclame en graffiti ons brengen tot een ontwerp van een volkshogeschool? Want dat was toch de uiteindelijke bedoeling van deze week?

Ondanks m'n bedenkingen bij de opdracht, trok ik na de middag terug met volle moed op pad richting Mosselerlaan waar ik aan mijn rechterkant het Monasterium Clarissen-Coletinnen spotte.  Verderop kwam ik ook aan beide kanten van de straat een transparant buskotje tegen – beiden opnieuw eigendom van JCDecaux – en passeerde ik langs Methodeschool MS Genk. Tegenover de school was er graffiti aangebracht op de elektriciteitskast. Ook in de daaraan grenzende St. Lodewijkstraat, waar het Atheneum De Wijzer gelokaliseerd is, en in de nabijgelegen Reinpadstraat merkte ik graffiti op. 
In de wijken die volgden zag ik telkens opnieuw hetzelfde beeld terugkeren: reusachtige villa's (niet normaal!), grote tuinen en weinig volk op straat. Toch kreeg ik het gevoel dat de mensen die hier wonen heel zorgzaam met elkaar omspringen. Daarvan getuigt onderstaande foto die toont hoe de wijkbewoners nieuwe inwoners welkom heten.


Later in de middag kwam ik niet zo’n interessante hotspots meer tegen, waardoor ik besloot naar het lokaal in de Noordlaan te trekken om er nog wat te ‘bloggen’.  Een uurtje later trokken we met z’n allen richting Aldi om er de inkopen voor ons avondeten te doen. Helaas bleken de weergoden ons niet gunstig gezind en waren we bovendien nog eens gedesoriënteerd. Met de hulp van Ine – afkomstig uit Bokrijk en dus vertrouwd met de regio – slaagden we er uiteindelijk in onze bestemming te bereiken en konden we een uurtje later alsnog genieten van een heerlijke warme maaltijd (met taart voor Eline haar verjaardag!) in ons scoutslokaal. Van teambuilding gesproken!



Mijn weg van vandaag