Na de lange nachtelijke gesprekken gisteravond, was de wekdienst van deze ochtend – Wim kwam om 7u30 het licht aansteken in onze kamer – een ware marteling voor de meesten onder ons. Het scoutslokaal moest ontruimd zijn tegen 8u30, dus moesten we vandaag ’n uur vroeger op pad. De koffie die we gisteren in de aldi gekocht hadden werd door de meesten dan ook erg gesmaakt op dit onmenselijk vroege uur.
Ondanks de ijzige wind maakte ik dadelijk een goeie start in de Collegelaan waar ik maar liefst drie scholen tegenkwam: Sint-Jan Berchmanscollege, Onze Lieve VrouwLyceum en St.Lodewijk. En waar je scholen ziet, kunnen boshokjes natuurlijk niet ontbreken. Maar liefst acht transparante bushokjes met daarop reclame van JCDecaux kruisten mijn pad. Deze werden dan nog eens aangevuld met een tweetal reclamepanelen, ook van JCDecaux.
Ook in de aanliggende Reinpadstraat trof ik een aantal scholen aan – de Vrije Basisschool Bret-Gelieren (onderdeel van de katholieke scholengemeenschap) en het Sint-Jan Berchmanscollege – met bijhorende sportterreinen: looppistes, voetbalvelden, enz. Vol verwondering keek ik naar de moderne infrastructuur van deze scholen. Zoiets had ik nooit eerder in Vlaanderen gezien. Waar haalt Genk in godsnaam de middelen om de bouw van een dergelijk schoolcomplex te realiseren?
Net zoals de vorige dagen kon graffiti natuurlijk niet ontbreken op mijn pad. In de Emile Van Dorenlaan passeerde ik langs tal van elektriciteitscabines, bespoten met onleesbare tekens en woorden. En ook in deze straat kon een school natuurlijk niet ontbreken. De Sint-Martinusschool ‘waar je kind in goede handen is’ kruiste m’n pad, gevolgd door een VCLB. Even verder zag ik aan mijn linker kant het reusachtige sportcentrum van Genk liggen. Veel te veel luxe en weelde naar mijn gedacht.
Net zoals de vorige dagen kon graffiti natuurlijk niet ontbreken op mijn pad. In de Emile Van Dorenlaan passeerde ik langs tal van elektriciteitscabines, bespoten met onleesbare tekens en woorden. En ook in deze straat kon een school natuurlijk niet ontbreken. De Sint-Martinusschool ‘waar je kind in goede handen is’ kruiste m’n pad, gevolgd door een VCLB. Even verder zag ik aan mijn linker kant het reusachtige sportcentrum van Genk liggen. Veel te veel luxe en weelde naar mijn gedacht.
In de Hamalstraat trof ik de Johanneskerk aan, de Evangelische kerk van Genk, en in de Zevenbonderstraat passeerde ik De Stip, een Centrum voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning. Iets verder op mijn pad, in de Mispadstraat en de Zuster Eduardalaan, kwam ik opnieuw graffiti tegen op een elektriciteitscabine. Het lukte me deze keer niet om iets op papier te zetten, dus legde ik het beeld vast op mijn fototoestel.
De laatste school voor vandaag trof ik aan in de Weg naar As: Basisschool De Reinpad-Gelieren, gevolgd door een bushokje een paar honderd meter verder in de straat. Volgens de slogans aan de muren zit in deze Basisschool elke VIP (veelzijdige & interessante Persoonlijkheid) op zijn plaats. Na het opmerken van een laatste bushokje, op het einde van de straat (vlak voor de E314), hield ik het voor bekeken en trapte ik mijn laatste energie richting Noordlaan waar ik mijn sociale contacten met het thuisfront nog even trachtte te onderhouden.
De laatste school voor vandaag trof ik aan in de Weg naar As: Basisschool De Reinpad-Gelieren, gevolgd door een bushokje een paar honderd meter verder in de straat. Volgens de slogans aan de muren zit in deze Basisschool elke VIP (veelzijdige & interessante Persoonlijkheid) op zijn plaats. Na het opmerken van een laatste bushokje, op het einde van de straat (vlak voor de E314), hield ik het voor bekeken en trapte ik mijn laatste energie richting Noordlaan waar ik mijn sociale contacten met het thuisfront nog even trachtte te onderhouden.
Van hieruit gingen we met z’n allen richting centrum om na een lange en vermoeiende dag iets te gaan eten in de plaatselijke pizzeria. Het eten werd gesmaakt, net zoals het sociaal contact na een eenzame dag in Genk. Een uurtje en een half later zaten we terug op onze fiets richting scoutslokaal, want er moest nog gewerkt worden. Met z’n allen gingen we rond de tafel zitten om eventjes in groep te reflecteren op de afgelopen dag en over de link van de afgelopen dagen met ons eventueel ontwerp van een volkshogeschool, want dat was de vraag die iedereen al dagen bezighield.
Eenmaal aangekomen in ons lokaal kreeg iedereen de kans om zijn/haar impressies van de afgelopen dagen te delen met de rest van de groep. Zo kwamen we tot de constatatie dat iedereen ongeveer hetzelfde ervaren had. Genk bruist van de rijke villawijken, reusachtige sportcomplexen en andere culturele hoogstandjes. Bovendien wordt de stad overspoeld door tal van scholen en andere hulpverlenersinitiatieven. Je zou haast denken dat Genk de hemel op aarde is.
Eenmaal aangekomen in ons lokaal kreeg iedereen de kans om zijn/haar impressies van de afgelopen dagen te delen met de rest van de groep. Zo kwamen we tot de constatatie dat iedereen ongeveer hetzelfde ervaren had. Genk bruist van de rijke villawijken, reusachtige sportcomplexen en andere culturele hoogstandjes. Bovendien wordt de stad overspoeld door tal van scholen en andere hulpverlenersinitiatieven. Je zou haast denken dat Genk de hemel op aarde is.
En toch lijkt er iets niet te kloppen. Op straat is er geen kat te bespeuren, de bussen zijn leeg en allerlei activiteiten lijken geen volk te trekken. Wat is hier toch aan de hand? Waarom komen de mensen niet op straat? Waarom zitten er geen kinderen op de speelpleintjes? Waarom wordt het uitgestrekte fietsennetwerk amper benut? En waar zijn die vele hangjongeren waar iedereen het over heeft wanneer er over Genk wordt gesproken?
Om een gedeeltelijk antwoord op onze vragen te vinden, recapituleerden Wim en Jan wat we via Erwin De Bruyn, directeur van Stebo, over Genk te weten gekomen waren. Als gevolg van de migratieproblematiek jaren terug, is stad Genk een welbepaalde politiek gaan ontwikkelen. Enerzijds ging de gemeente heel wat middelen gaan investeren in infrastructuur, veiligheid, industrie, enz. Anderzijds werden heel wat sociale projecten uit de grond gestampt. De resultante van deze politiek vandaag de dag is een halfstedelijke omgeving waar niets gebeurt. Genk is in een soort postprojectsituatie beland waar er geen reëel contact meer is tussen de bevolking.
Bovendien wordt Genk gekenmerkt door een probleem in zijn ruimtelijke ordening. De 65.000 inwoners op een oppervlakte van slechts 87,85 km² [dus 737 inwoners per km²] hebben er doorheen de jaren toe geleid dat er niet constructief nagedacht werd over hoe de ruimte efficiënt benut kon worden. Een voorbeeldje hiervan zijn de scholen in Genk die maximum twee verdiepingen tellen (meestal zelf maar 1 verdiep), met als gevolg dat er in Genk Centrum Noord alleen al meer dan dertien scholen zijn.
Veel geld en veel ruimte hebben duidelijk niet tot goede ideeën geleid. Er zijn dus andere maatregelen nodig om het probleem in Genk (namelijk het feit dat er geen probleem is) aan te pakken. Hier is het dan ook dat het ontwerp van een Volkshogeschool eventueel naar voren kan geschoven worden. Via ‘The Wire’ hebben we echter geleerd dat we niet dadelijk naar oplossingen moeten zoeken, maar dat we eerst dieper moeten graven. We moeten de tijd nemen om een soort intimiteit met de situatie te creëren. Of om het met de woorden van Jan te zeggen: “Gedachten maak je niet, je krijgt ze door dingen te doen (die misschien op het eerste zicht niet relevant zijn).”
Geen opmerkingen:
Een reactie posten