vrijdag 25 november 2011

Verwarring [systeemtheorie]

Al te vaak wordt het werken in groepen als evidentie aangenomen. Maar is het eigenlijk wel mogelijk om met groepen te werken? Dit trachtte Luc van den Berge ons op donderdag 24 november bij te brengen in een seminarie over ‘participatie, onderzoek en werken in groep’. Meerbepaald probeerde hij gedurende drie uur onze automatismen in het werken met groepen op te schorten om vervolgens handvaten aan te reiken voor de praktijk. Aangezien mijn ontwerp in Genk niet los zal staan van bepaalde groepen mensen, schrijf ik hier enkele kernimpressies van dit seminarie neer, in de hoop dat deze me van nut kunnen zijn bij mijn verdere ontwerp.   

In het denken over groepen moet de systeemtheorie steeds in het achterhoofd gehouden worden. Deze theorie gaat er van uit dat de mens pas begrepen kan worden binnen de context van zijn relaties. Mensen hebben immers geen vaststaand karakter, maar gaan zich in een andere context telkens anders gaan gedragen. “Mensen hebben een groot gedragsrepertoire en schakelen steeds per situatie over op ander gedrag. Ze zijn anders op het werk dan thuis, anders bij hun moeder dan bij hun schoonmoeder en ook weer anders bij hun sportclub dan met hun kinderen. Mensen zijn dus erg contextgevoelig.”  [www.systeemtheorie.nl]

Het systeemdenken maakt het mogelijk om op verschillende niveaus een ingang te vinden: het suprasysteem, het systeem en het subsysteem. Bij het spreken over groepen vindt er echter vaak een verwarring plaats tussen deze verschillende niveaus. Een voorbeeld hiervan is de uitspraak: “Dit team wil geen verandering”. De wil, die hier beschouwd wordt als een eigenschap van het systeem, moet eigenlijk gezien worden als een persoonseigenschap, en dus als onderdeel van het subsysteem. Een team – als abstractie – heeft immers nooit een wil, is nooit aanspreekbaar. De verwarring van niveaus leidt er dan ook toe dat de bestaande problemen binnen het team niet opgelost geraken.

Een tweede mogelijke verwarring vinden we terug in de volgende uitspraak: “Dit meisje pest de anderen (ze is een pestkop)”. Deze zin heeft geen oog voor het systeemniveau, maar focust zich louter op het individu [subsysteem]. Eigenlijk zou men moeten zeggen: “dit systeem zit zo en zo en zo in elkaar, waardoor telkens weer hetzelfde kind pest”. Pesten wordt vaak beschouwd als een individueel kenmerk, maar wat gebeurt er verder nog binnen de context? Wat is de invloed van de groep(sdruk)? Uit een dergelijke analyse kan blijken dat het systeem geen ruimte laat voor het subsysteem. In dat geval moet het systeem aangesproken worden.

Ten derde is het belangrijk op te merken dat een groep meer is dan de fysiek aanwezige mensen. In elke groep spelen anderen een rol. Denk maar aan de regeringsonderhandelingen die vastlopen omwille van de vele invloeden van buitenaf (vb. de vakbonden). Of een instelling voor jonge druggebruikers waaraan gevraagd wordt: “Met wie gebruik je”?. Heel vaak zal deze vraag onbeantwoord blijven. Dit heeft niets met motivatie te zien, maar wel met het feit dat deze jongeren vaak tot bepaalde scènes behoren. Eén van de regels van zo’n scène is dat je niet blootgeeft met wie je gebruikt. In een setting heb je bijgevolg vaak veel meer individuen dan je zou denken.

Tot slot heb je binnen een systeem vaak systeemregels of omgangsvormen. Dit zijn impliciete, onuitgesproken regels/gewoonten die onzichtbaar zijn voor wie niet tot het systeem behoort. Ze bieden voorspelbaarheid, maar verhinderen ook soms verandering. Zo wees Luc ons er bijvoorbeeld op dat we na de pauze terug op onze zelfde plaats gingen zitten. Blijkbaar is dit binnen het systeem van onze klas een onuitgesproken gewoonte. Het kan niet anders dan dat deze systeemregels ook terug te vinden zijn in Genk. Mensen zijn nu eenmaal gewoontedieren. Indien ik dus enige verandering zal willen teweegbrengen via mijn ontwerp, zal ik dit in mijn achterhoofd moeten houden.  

Geen opmerkingen:

Een reactie posten