Mijn vriend ‘thesist’ sinds een aantal maanden op Imec, een onderzoekscentrum dat gespecialiseerd is op vlak van nano-elektronica. Aangezien Imec samenwerkt met meer dan 100 universiteiten en onderzoekscentra van over heel de wereld, zijn de meeste van zijn collega’s afkomstig uit het buitenland en vinden de conversaties er voornamelijk in het Engels plaats. Gisteravond werd ik bij één van zijn collega’s uit Armenië uitgenodigd ter ere van haar verjaardag. Aangezien ik er niemand zou kennen, wist ik niet goed aan wat ik ervan moest verwachten. Zou ik met deze mensen wel in gesprek kunnen gaan? Of zou de taalbarrière me parten spelen?
Eenmaal daar aangekomen bleken wij niet de enige genodigden te zijn. Er was nog een onderzoekster uit India, een Zweedse masterstudente van Armeense origine die op Erasmus is in België, een Masterstudent uit Armenië en een onderzoeker uit Frankrijk. Ondanks het feit dat we ons moesten behelpen met – voor de een al wat gebrekkiger dan voor de ander – Engels, vonden er doorheen de avond uitvoerige gesprekken plaats, gaande van de genocide in Armenië, over muziekgroepen, streekgerechten, sociale zekerheid in Zweden en België, tot de zwangerschap van de Indische vrouw. Tijdens de gesprekken konden we genieten van een typisch (en overvloedige) Armeense maaltijd en werden er nog kosten noch moeite gespaard om ons iets te drinken aan te bieden.
Er werd heel wat afgelachen en ik voelde me op geen enkel moment ongemakkelijk. Het viel me op hoe ik me plots heel erg verbonden voelde met deze mensen, ondanks het feit dat ik ze nooit eerder had ontmoet en dat hun moedertaal me volledig onbekend was. Hoe viel dat te verklaren? Er werd niet overvloedig gedronken, dus aan de wijn kon het al niet liggen. Had het misschien iets te maken met het ‘samen tafelen’? Het doel van mijn ontwerp in Genk is een verbondenheid tot stand brengen tussen mensen van verschillende origine en met verschillende interesses. Indien dit tafelen een rol speelde gisteravond, misschien moet ik hier dan ook op gaan inzetten in Genk?
Eenmaal daar aangekomen bleken wij niet de enige genodigden te zijn. Er was nog een onderzoekster uit India, een Zweedse masterstudente van Armeense origine die op Erasmus is in België, een Masterstudent uit Armenië en een onderzoeker uit Frankrijk. Ondanks het feit dat we ons moesten behelpen met – voor de een al wat gebrekkiger dan voor de ander – Engels, vonden er doorheen de avond uitvoerige gesprekken plaats, gaande van de genocide in Armenië, over muziekgroepen, streekgerechten, sociale zekerheid in Zweden en België, tot de zwangerschap van de Indische vrouw. Tijdens de gesprekken konden we genieten van een typisch (en overvloedige) Armeense maaltijd en werden er nog kosten noch moeite gespaard om ons iets te drinken aan te bieden.
Er werd heel wat afgelachen en ik voelde me op geen enkel moment ongemakkelijk. Het viel me op hoe ik me plots heel erg verbonden voelde met deze mensen, ondanks het feit dat ik ze nooit eerder had ontmoet en dat hun moedertaal me volledig onbekend was. Hoe viel dat te verklaren? Er werd niet overvloedig gedronken, dus aan de wijn kon het al niet liggen. Had het misschien iets te maken met het ‘samen tafelen’? Het doel van mijn ontwerp in Genk is een verbondenheid tot stand brengen tussen mensen van verschillende origine en met verschillende interesses. Indien dit tafelen een rol speelde gisteravond, misschien moet ik hier dan ook op gaan inzetten in Genk?
Via internet stuitte ik op de column ‘Aan tafel kinderen’ van Jan Albert Hootsen die heel mooi de link tussen het ‘samen-eten’ en het gevoel van solidariteit omschrijft. Hij beschrijft het tafelgebeuren op een prachtige manier: “Het is dat samen eten. Die onderlinge verbondenheid van de eters, het besef dat je samen aan tafel zit vanwege een bijzondere band. Samen eten is veel intiemer dan we soms misschien denken. Samen eten is veel meer dan liflafjes proeven of je honger schrokkend stillen. Samen eten is een sussend ritueel, waar zelfs de diepste geschillen worden gekalmeerd door een plotselinge, wonderlijke solidariteit.”
Het verhaal van Hootsen doet me denken aan ‘The Cosmopolitical Proposal’ van Isabelle Stengers. Blijkbaar werkt de tafel als een soort van idioot die ons doet vertragen en die op die manier een ruimte voor aarzeling inlast. De tafel dwingt ons ertoe om ons open te stellen voor anderen, om verder te kijken dan datgene wat we op het eerste gezicht verwachten. Het maakt ons mogelijk om naar het verhaal van de andere te luisteren, om barrières te doorbreken en om onze eigen vooronderstellingen aan de kant te schuiven. Zo herinnerden de Armeniërs ons bijvoorbeeld aan de vele kansen die België ons biedt op vlak van leven en studeren, kansen waar we zelf al lang niet meer bij stilstaan. Samen tafelen als nieuwe boodschap van solidariteit?
[http://www.nieuwwij.nl/index.php?pageID=13&messageID=1747]
Geen opmerkingen:
Een reactie posten