vrijdag 16 december 2011

Alternatieve woonvormen op een rijtje

DE COMMUNE = woonvorm die – als alternatief voor het gezin en de samenleving – ontstaan is in Nederland in de jaren 1960 en 1970 en die zich verspreid heeft naar België, Groot-Brittannië, Frankrijk, Oostenrijk, Israël, de VS, Australië en Japan. Deze vorm omvat slechts een beperkt aantal jonge bewoners: minimum vier volwassenen, gemiddeld zes, al dan niet met kinderen. In deze communes wordt er samen gegeten & geleefd en is de huishouding gemeenschappelijk.

KIBBOETS = woonvorm die in 1920 wordt opgericht in Israël en die zich, net zoals de commune, verspreid heeft naar een groot aantal landen. In de kibboets leven redelijk grote groepen mensen samen met een hoge graad van collectiviteit: wonen, werken & bezittingen situeren zich op niveau van de groep. Aanvankelijk was er amper sprake van privacy of zelf een individueel gezin, tegenwoordig is de mate van gemeenschappelijkheid in de kibboetsen verminderd. Het gezin wordt terug afgebakend.


KOLLEKTIVHUS = woonvorm die zijn oorsprong vindt in Zweden in de jaren 1970 en die zich voornamelijk richt op gezinnen. Het gebouw omvat twintig tot vijftig eenheden, zowel in laagbouw als in hoogbouw. Het kollektivhus is toegankelijk voor alle leeftijden en beschouwt eten en kinderopvang als gemeenschappelijke activiteiten. Naast de gemeenschappelijke ruimtes in het appartementsgebouw heeft elk nog zijn eigen voorzieningen. Enkele doelstellingen zijn: invloed van bewoners op beheer en sociale integratie van verschillende leeftijden.


SELF-WORK MODEL = woonvorm die in 1977 ontstaat uit het kollektivhus. Een self-work project is doorgaans kleiner en omvat slechts tien tot vijftig appartementen. Deze woonvorm streeft naar de integratie tussen verschillende leeftijden en hecht belang aan het samen eten en kuisen. De ideologie in dit model is gemeenschap bekomen door samen te werken en de bewoners meer te betrekken.

SERVICE HOUSING = vorm van collectief wonen in Zweden (1970) die gecombineerd wordt met service wonen. Door het samen laten leven van verschillende bewonersgroepen (gezinnen, ouderen, gehandicapten…) streeft men naar de integratie tussen deze specifieke groepen. De vorm van gemeenschappelijkheid is gelijkaardig aan die bij kollektivhus.

COMMUNAUTEIT [kloostergemeenschap of abdij] = zeer bekend, tijdloos voorbeeld van samenwonen, met een achterliggende religieuze ideologie. “De paters leven en werken samen om hun klooster te onderhouden en te kunnen bewonen Ze zijn voor al hun levensbehoeften afhankelijk van elkaar en vormen zo een gemeenschap op zichzelf. In de kloostergemeenschappen leeft men zeer intensief samen door het minieme bezit van privéruimten. Ook hebben de bewoners weinig tot geen eigen bezittingen.” [Laura Vanderhoven, 2010-2011]


KRAAKPAND: woonvorm die pas concreet vorm krijgt wanneer in Nederland de eerste georganiseerde kraakacties plaatsvinden (1964). “Krakers wonen op onroerend goed van een eigenaar die daar geen toestemming voor geeft. Kraakpanden behoren zeker tot het ‘samenwonen’ omdat de krakers zich samen actief inzetten. Vaak is dit tegen de maatschappij als anders- of antiglobalisten. Men leeft samen in het pand en ‘bezit’ enkel een kamer, maar eigenlijk is het gehele pand gemeenschappelijk omdat ze het samen gebruiken.” [Laura Vanderhoven, 2010-2011]




Geen opmerkingen:

Een reactie posten