donderdag 15 december 2011

Permanent Breakfast


Het initiatief ‘Permanent Breakfast’werd in 1996 opgericht door een aantal kunstenaars in Wenen. Zij besloten om de ontbijttafel mee naar buiten te dragen en op straat te gaan ontbijten. “De groep kreeg zulke vreemde reacties van voorbijgangers dat ze zich realiseerden dat, door die tafel daar neer te zetten, ze iets deden met een publieke plek als een plein, een straat, een park.” Via het ontbijten leek de grens tussen het private en het publieke doorbroken te worden, een soort wonen in de publieke ruimte, publiek wonen.


“De groep  besloot  op  straat  te  blijven ontbijten en mensen uit te nodigen om mee aan te schuiven. Zo ontwikkelde zich de idee van een  soort  piramidespel.  De  groep  ging  op  verschillende  plaatsen  in  Wenen  in  de  publieke ruimte  ontbijten  en nodigde  voorbijgangers  uit  om  mee  te  eten.  Mee  aanzitten  aan  een ontbijttafel  kost  niets  en  wordt  ook  op  geen  enkele  wijze  verbonden  met  een  politiek  of maatschappelijk  programma. De  enige  regel is  dat iedereen  die mee  eet,  belooft  om  daarna zelf  een  ontbijt  te  organiseren  en  weer  andere  mensen  uit  te  nodigen.  Dit  spel  kende  een aanzienlijk  succes  en  verspreidde  zich  in  vele  landen. “ [Vandenabeele, Reyskens & Wildemeersch]


De reacties van de mensen die de tafel passeerden waren veelzeggend. Heel vaak gaven mensen aan geen tijd te hebben, keek men op zijn/haar horloge en werd er haastig doorgestapt. Mensen – zowel kinderen, bejaarden als volwassenen – begonnen vaak zelfs sneller te lopen wanneer de rijk gedekte ontbijttafel in hun zicht kwam. Er is  dus iets aan deze praktijk die te maken heeft met de manier waarop we tijd beleven. Het ontbijten aan een tafel op straat lijkt de tijd of althans de manier waarop we tijd beleven stil te zetten. Dit lijkt voor velen niet zo makkelijk. Door in de publieke ruimte tijd te nemen voor dingen die niet nuttig zijn, doorbreken we onze routine.” 

“Een  andere  vaak  voorkomende  reactie  is  dat  mensen vragen  wat  de  kunstenaars  willen  verkopen  of  welke  groepering  ze  vertegenwoordigen. Wanneer de kunstenaars aangeven dat het niet gaat om een commerciële activiteit en ook niet om een politieke boodschap, zijn mensen vaak achterdochtig. Mensen lijken er vanuit te gaan dat  iedereen  bedoelingen  heeft,  dat  er  ook  altijd  een  boodschap  is  waar  ze  van  overtuigd moeten  worden.  Het  zomaar  uitgenodigd  worden  om  mee  te  ontbijten,  samen  met  andere onbekenden,  maakt  mensen  achterdochtig. 
De  gewone  verhoudingen lijken  hier losgewrikt.” [Vandenabeele, Reyskens & Wildemeersch]



Heel vaak werden de initiatiefnemers van het ontbijt weggejaagd uit schijnbaar publieke plaatsen en werden stoelen, tafels, boterkoeken en koffie verwijderd door private bewakingsfirma’s. Blijkbaar kunnen deze publieke plaatsen dan toch niet zo vrij gebruikt worden als het lijkt. “Derschmidt et al. spreken in dit geval van private commerciële ruimten die gecamoufleerd zijn als publieke ruimte.” Los daarvan waren er natuurlijk ook heel wat andere, positieve reacties. Heel wat voorbijgangers kwamen wel rond de tafel zitten en gingen zonder enige aarzeling het gesprek aan met andere tafelgenoten.

Dit initiatief is een beetje vergelijkbaar met mijn verhaal van een paar weken terug waarin ik aangaf hoe ik samen met vreemden aan tafel ging. Permanent Breakfast brengt immers ook mensen rond de tafel, mensen die compleet vreemd voor elkaar zijn en die op het eerste zicht geen gemeenschappelijk verhaal met elkaar hebben. “Waar  het  om  gaat  in  dit  beeld  is  dat  mensen zichtbaar  worden  voor  anderen  [Masschelein,  1990], dat ze blootgesteld worden aan anderen die vreemd zijn, die we niet kunnen vatten en die ons toch aanspreken op een of andere manier.” [Vandenabeele, Reyskens & Wildemeersch]

In deze concrete case functioneert de tafel eveneens als een ‘in-between’ die tegelijkertijd scheidt en bindt. Er heerst in de contacten van de tafelgangers een oprechte hartelijkheid, maar ook altijd een soort afstand of afstandelijkheid omdat de betrokkenen elkaars nauwelijks of niet kennen – en in die zin zwak zijn. Toch tonen de kleine ontmoetingen, een blik, een woord, een uitwisseling hen dat ze eigenlijk al altijd al op anderen betrokken zijn, zonder dat ze dezelfde waarden delen of elkaar al lang kennen. In tegenstelling tot mijn ervaring, gaat het hier echter over een publieke interactie en niet over die andere persoon als privépersoon.  “De aandacht ligt bij hetgeen er ‘tussen’ hen gebeurt en niet bij de identiteit van de ene of de andere.” [Vandenabeele, Reyskens & Wildemeersch]

“We worden voor een stuk buiten de vertrouwde (rationele) gemeenschap getrokken en komen in een andere verhouding tot elkaar terecht.  Deze  verhouding  is  niet  meer  een  berekende  verhouding  of  een  verhouding  tussen gelijkgezinden. Alfonso Lingis (1994), die we al eerder citeerden, spreekt in dit verband over een  gemeenschap  van  zij  die  niets  gemeenschappelijk  hebben Men  engageert  zich  in  een gemeenschap, niet zozeer door zichzelf en de eigen kracht van zichzelf te manifesteren, maar door zichzelf bloot te stellen aan krachten en anderen die van buiten de eigen gekende kring van mensen afkomstig zijn.”



Na het lezen van deze tekst van Joke Vandenabeele, Peter Reyskens en Danny Wildemeersch kriebelt het bij mij om eens te kijken hoe een initiatief als ‘Permanent Breakfast’ in Genk iets zou kunnen betekenen. Is een gebrek aan blootstelling het grootste probleem van de Genkenaren? En zoja, hoe kan ik hier dan verandering in brengen? Hoe kan ik de inwoners van Genk verenigen rond een tafel? Hoe breng ik hen in contact met hun medebewoners, of beter gezegd met de gemeenschap waarmee zij niets gemeenschappelijk hebben? 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten