woensdag 7 december 2011

Reflections on a table

Ik mijmer nog even verder over mijn vorig blog waarin ik beschreef hoe ik met zeven onbekende mensen ‘tafelde’, hoe ik verhalen uitwisselde in een taal die niet de mijne was en hoe het hele tafelgebeuren me wist te raken. Wat leidde ertoe dat iedereen aan de tafel bereid was het gesprek aan te gaan? Hoe kwam het dat ik me op zo’n korte tijd zo thuis voelde bij deze mensen, ondank het feit dat ze zo vreemd voor me waren en dat we niet dezelfde taal deelden? Van waar kwam in hemelsnaam die plotse onderlinge solidariteit?

Enige feedback van Jan deed me inzien hoezeer we die avond in een positie van ‘nood’ verkeerden. We waren immers allemaal vreemden voor elkaar, en dus in zekere zin ook zwak. Desondanks was er een ‘wil tot spreken’, een wil die los stond van het delen van dezelfde taal. Hoe kwam dit toch? De genodigden vertelden me hoe ze zich nogal sociaal geïsoleerd voelen in België, hoe moeilijk het voor hen wel niet is om contacten te leggen met mensen van hier. Misschien was dat dan wel de reden waarom ze direct het contact aangingen met ons?

De Indische vrouw vertelde me hoe lastig ze het gehad had toen ze hier pas toekwam. Er was niemand om haar op te vangen, niemand om haar te zeggen waar ze een gynaecoloog kon vinden voor haar baby, niemand om haar iets van de Belgische cultuur bij te brengen. Gelukkig ontmoette zij de Armeense vrouw – die hier net iets langer was en toevallig net ook een baby gekregen had – die haar vertelde hoe het systeem van sociale zekerheid in elkaar zit, waar er een ziekenhuis in de buurt te vinden is, enzovoort.

Ik ben ervan overtuigd dat de positie van ‘nood’ een zekere rol zal gespeeld hebben die avond. Maar dat kan toch niet het enige zijn? Op het einde van de avond voelde ik me immers helemaal niet meer zo vreemd voor deze anderen, en toch kon ik niet stoppen met praten. Misschien was het juist dat ‘vreemde’ dat me wist te boeien? Misschien werd ik aangetrokken door hun verhalen omdat ze een nieuwe wereld voor me openden, een wereld waar ik eerder geen toegang toe had? Ik had immers nog nooit Armeens voedsel gegeten, was amper in contact gekomen met (post)doctorandi, wist helemaal niets van de Armeense geschiedenis, enz.

En wat dan met die tafel? Welke rol speelde de tafel zaterdagavond? Jan stuurde me volgend interessant citaat van Hanne Arendt door: To live together in the world means essentially that a world of things is between those who have it in common, as a table is located between those who sit around it; the world, like every in-between, relates and separates men at the same time”.  De tafel wordt hier met andere woorden gezien als een in-between, als iets dat mensen tegelijk scheidt en verbindt. Was het dan die tafel – in combinatie met het eten – die ervoor zorgde dat ik me verbonden voelde met de anderen die er rond zaten?

Dezelfde gedachte vind ik bij Richard Aczel en zijn collega’s terug. Hij zegt: “The table occupies a special place among things. It is a born negotiator: It draws us together; it holds us apart. Alone at a table, I am never entirely alone. There is always the potential of company, the breaking of bread with another. We come to the table to talk, to play, to confess, to share food, needs, ideas. We pass things to one another around the table, leave money on it, hold hands across it, spread our newspaper over it. Imagine there were no table between us; how could we begin to talk to each other? And we also get up from the table and leave. From different sides. As we walk away from the table, it still orients the paths we take.”

Aan tafel ben je nooit alleen. Ondanks het feit dat de tafel je scheidt van anderen – er zit namelijk letterlijk iets tussen jou en de ander – biedt de tafel ook een gevoel van geborgenheid, van verbondenheid met iets of iemand anders en oriënteert de tafel je in een welbepaalde richting. Het doet me denken aan zaterdagavond. Alvorens we aan tafel gingen kwamen de gesprekken moeilijk op gang. Eenmaal geïnstalleerd aan tafel, liepen de gesprekken veel vlotter, ging ons spreken een welbepaalde‘richting’ uit.

Aczel vult verder aan: “The things on a table are also sheaves of relations, gatherings of concern and partings of ways. As we pick them up, push them to one another, move them around the table, they weave together the intricate crossings of our gathering at the table. They collect and release our stories as they move towards us, away from us and toward others.” In zekere zin speelt dus niet alleen de tafel een rol, maar zijn ook die dingen die op de tafel staan, en onderling doorgegeven worden, van belang. Zij bepalen immers mede de relaties tussen de tafelgenoten.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten